Laila Inga

Sami Siida

vesteralen zomer

"Ik kan mijn afkomst niet verloochenen, ik ben en blijf een echte Sami"

Net buiten het stadje Sortland vinden we Inga Sami Siida, het bedrijf van Laila Inga. Een vrouw die trots is op haar komaf en haar levensverhaal graag met haar gasten deelt. Bij de oprit staat deze sympathieke Sami vrouw, samen met haar tweejarige ‘medewerker’, haar hond Lasse, al op ons te wachten. 

“Kom, laten we lekker in het zonnetje gaan zitten”, zegt de 55-jarige Laila. “Kunnen we genieten van mijn haver-chocoladekoekjes. Ik heb ze gisteravond laat nog gebakken.” Op tafel staat een gigantisch koekblik. “In de winter voer ik mijn rendieren uit dit blik, maar wees gerust, ik heb het goed afgespoeld hoor”, lacht ze. 

Zeven jaar is Laila nu werkzaam op deze plek. Achter de omheining houdt ze ‘s zomers vijf van haar rendieren, verkoopt ze zelfgemaakte souvenirs, rendiergeweien en -vellen en neemt ze haar gasten mee naar haar twee lavvu, houten Sami hutten. Daar vertelt ze aan iedereen die het horen wil over de historie van haar familie. Een best verdrietig verhaal, zo vindt ook mijn gastvrouw, maar gelukkig met een happy end. 
Laila schenkt koffie in en begint te vertellen. “Mijn opa wilde geen rendieren houden, maar boer worden. Dat juichte de Noorse regering in die tijd toe. Sami gebruiken namelijk land, maar boeren kopen het. Mijn opa mocht op twee voorwaarden land kopen. Ten eerste moest hij zijn naam opgeven en ten tweede mocht hij nooit meer Sami spreken. De naam Inga werd door de regering veranderd in Andersen (betekent: Ander, zoon van). Hij deed wat hem gevraagd werd, maar vond het verschrikkelijk.” Laila’s grootvader was niet de enige die boer wilde worden. In die tijd kochten heel veel Sami land van de regering. Dat verklaart gelijk waarom er vandaag de dag zoveel Noren Andersen, Olsen en Johnsen heten.
“Mijn opa stief als een verdrietig man. Hij snapte de regering niet en hij bleef, al was het hem ten strengste verboden, met zijn vrouw en kinderen Samisch spreken.”

Ik vraag aan Laila hoe het er bij haar thuis aan toe ging. “Mijn ouders spraken ook alleen het Sami, een taal die op school absoluut verboden was. Van de 27 klasgenootjes waren er 12 Sami, maar ik was de enige die geen woord Noors sprak, ik moest het snel leren.”
Een treurige tijd, maar die heeft Laila nu ver achter zich gelaten. “In 1982 werd ik rendierhouder en nam ik mijn oorspronkelijke naam, Inga, weer aan. Samen met mijn man, mijn achterneef en dus ook Sami, hebben we een kudde. We zijn dit centrum begonnen omdat ik onze rendieren wil beschermen. ’s Winters zijn er hier veel lawines en worden er veel rendieren gedood. Daarom houden we 220 van onze dieren tijdens de wintermaanden binnen de omheining. Dat betekent dat we ze allemaal moeten voeren. Wist je dat een rendier in de winter zo’n twee tot drie kilo voer per dag eet? Dat kost een boel geld en daarom zijn we dit bedrijf begonnen. Gasten komen hier naar mijn verhaal luisteren en ik vertel ze over de geschiedenis van de Sami en het leven van een rendierfamilie.  In ruil daarvoor help ik mijn rendieren veilig de winter door. Je snapt dat ik uit dankbaarheid met alle liefde koekjes bak”, lacht Laila.

Praktisch
Meer informatie over reizen met Voigt Travel