Halvar Ludviksen

Arctic Crocodile Dundee

vesteralen zomer

"Ik voel me net de Arctic Crocodile Dundee"

Hoewel ik gek ben op steden voelt Tromsø na vijf dagen rust, ruimte en natuurschoon aan als een cultuurschok. Uitkijkend vanuit mijn hotelraam op de zevende etage mis ik het weidse uitzicht en de horizon waar de zon maar niet onder wil gaan. Ik ben dan ook wat blij dat ik nog een keer de natuur in kan voordat ik morgen weer naar Nederland vlieg.

Vanaf Tromsø rij ik een uurtje langs de fjordenkust richting de oceaan. Daar, waar de wereld lijkt op te houden, liggen twee eilanden: Hillesøy en Sommarøy, te bereiken via een grote brug. Wat ik daar zie, valt met geen pen te beschrijven. Aan beide zijden van de brug zie ik, boven de groene en turquoise zee, eilanden uitkomen. Ze zijn begroeid met diepgroen mos en bomen en omlijnd door witte koraalstranden. Aan de horizon, die boven de poolcirkel bol loopt, pronken besneeuwde bergtoppen. Dit is zo’n plek waar je in je hoofd naar terugvlucht, als het dagelijkse leven je even teveel wordt.

Op het puntje van het eiland Hillesøy ontmoet ik de 57-jarige Halvar Ludviksen. Nog voordat mijn auto goed en wel tot stilstand is gekomen, komt de eigenaar van Hillesøy Base Station al op me af komt lopen. Halvar ziet er - met bruingebrande kop, blauw-grijze pretogen en stoppelbaardje - precies uit zoals ik me de Noorse mannen had voorgesteld. Behalve de Crocs dan: de knalblauwe plastic schoenen vormen een groot contrast met de rest van zijn uiterlijk. Halvar ziet me naar zijn schoenen staren en lacht. “Dat is het voordeel van een achtertuin van 24.000 vierkante meter, je kunt hier doen en dragen wat je wilt.”

Halvar neemt me mee naar een van zijn koraalstranden. Hij vertelt dat hij voor dit paradijs zorgdraagt. Dat hij elke maand zeewier naar Tromsø stuurt dat vervolgens wordt getest op vervuiling. Dat iedereen hier welkom is, zelfs een tent mag opslaan, maar zijn afval mee moet nemen en na drie dagen moet verkassen. Anders wordt het gras geel.

“Dit is de mooiste plek op aarde. Ik zou nergens anders willen wonen, al is dat weleens anders geweest”, vertelt Halvar. “Voordat in de jaren zeventig de brug werd aangelegd, was dit een afgelegen plek. Wie hier wilde wonen moest voor zichzelf weten te zorgen. Mannen visten, vrouwen hielden koeien, schapen en kippen. Beten de vissen niet of was de aardappeloogst mislukt, dan had je een probleem. Om op of van het eiland af te komen, gebruikten we de boot. In de zomermaanden was dat uiteraard geen probleem, maar tijdens de strenge winters was dit een gevaarlijke oversteek. Daarom werd ik vanaf mijn zevende verjaardag iedere winter weggestuurd naar het naburige eiland Sommarøy. Hier was namelijk mijn school. Dat ik die maanden bij een ander gezin moest inwonen, vond ik als kind verschrikkelijk. Mijn ouders waren zo dichtbij, maar toch zo ver weg. Ik kon naar ze zwaaien en dat maakte het gemis alleen nog maar erger… Tijdens de wintermaanden overleefde ik, in de zomermaanden leefde ik.” 

Sinds de olie-industrie is de infrastructuur goed en de aangelegde brug maakt het leven hier een stuk gemakkelijker. “We kunnen nu zonder moeite, zomer en winter, het eiland af en op. En dat heb ik dan ook gedaan”, lacht Halvar. “Ik ben gaan reizen, heb 24 landen bezocht en een paar seizoenen op Spitsbergen gewerkt. Daar was ik de rechterhand van een ornitholoog. We vingen vogels en bouwden hekken. Voor de problemen die zich voordeden zocht ik oplossingen en was een soort Crocodile Dundee van Spitsbergen. Juist omdat ik mijn rechterhand mis, (Halvar is zonder rechterhand geboren) ben ik gewend niet bij de pakken neer te zitten en vind altijd wel een oplossing.”

Sinds zijn terugkomst is er veel gebeurd. “Ik ben getrouwd, kreeg drie kinderen, ben gescheiden en werk nu met toeristen. In de winter neem ik ze mee om het noorderlicht te zien. Kan je je voorstellen hoe het is om vanaf deze plek dit prachtige natuurverschijnsel te zien? Hier is dat dubbel genieten want het noorderlicht weerspiegelt hier namelijk in de zee: dat hebben ze in Finland en Zweden niet.” 
Als ik aan deze innemende spraakwaterval vraag wat hij in de zomer de toeristen te bieden heeft zegt hij: “Zie je dat pad daar? Ga jij die berg nou maar eens op en kom dan nog maar eens met me praten. Dit hier is het einde van de Europese beschaving, aan de overkant ligt Groenland.”

Een paar uur ben ik onderweg. Ik loop en loop, daal af naar strandjes, vind bijzondere schelpen, klim en klauter, fotografeer en zit voor me uit te staren. Ik vergeet alles om me heen en geniet. Geen mens kom ik tegen en voel me één met de natuur. Uren later kom ik terug bij Halvar die met ontbloot bovenlijf en zijn knalblauwe schoenen in zijn ‘tuin’ aan het klussen is. “En?”, lacht hij.  “Wat zei ik je? Indrukwekkend hè? Dat uitzicht heb ik bijna de hele zomer 24 uur per dag. Probeer dat nou maar eens vast te leggen op papier. Jij lacht om mijn schoenen, maar ik zou op dit moment niet graag in die van jou willen staan...”

Praktisch
Meer informatie over reizen met Voigt Travel